SVE is opgericht in 1963, maar vanaf 1960 werd al uitgebreid getafeltennist door de supporters van de voetbalvereniging Elinkwijk dat in die tijd uitkwam in de eredivisie. SVE betekende namelijk oorspronkelijk Supporters Vereniging Elinkwijk. De supporters wilden in het begin van de jaren zestig behalve naar voetbal kijken ook wel zelf sporten. Dat resulteerde in de oprichting van sportvereniging SVE. Er diende allereerst een naam gekozen te worden. Iemand kwam op het lumineuze idee om de naam niet te veranderen, maar de betekenis van de letters wel, hetgeen resulteerde in de benaming Sport Vereniging Eendracht.

SPORTvereniging, want er werd niet alleen getafeltennist. SVE deed namelijk ook aan basketbal en handbal. En er was geld! In die tijd was het gebruikelijk dat sportverenigingen de schakel vormden tussen sigarenzaken en de organisatie van de voetbaltoto. Iedere Nederlander kon zijn formulier met voetbalvoorspellingen inleveren bij sigarenzaken; de sportverengingen zorgden ervoor dat die formulieren daar werden opgehaald, administratief verwerkt en ingeleverd bij de toto-organisatie. Daarvoor kreeg men 12,5 % van de omzet. De supporters van Elinkwijk verzorgden deze dienst voor de voetbalvereniging, maar begonnen vanzelfsprekend voor zichzelf na de oprichting van Sport Vereniging Eendracht. Voetbalvereniging Elinkwijk zal daar niet blij mee zijn geweest.

De basketbal-afdeling van SVE werd binnen enkele jaren na oprichting kampioen van Nederland en de tafeltennissers tweede in de tafeltennis eredivisie. Dat was vooral te danken aan het feit dat de oprichters bijzonder voortvarend van start waren gegaan en als eerste tafeltennisvereniging spelers betaalde. Hans Onnes, Piet Luteijn en Jaap van Hummel (inmiddels 75 en nog altijd nummer 196 van Nederland en in 1961 (!) Nederlands dubbelkampioen met Gerard Bakker sr.) waren bekende spelers uit die tijd. Herman Brinkhof, Piet Vorst, Jan van Rijswijk en Nol Imhof waren o.a. de voortvarende bestuurders.

Begin jaren zeventig verdwenen de topspelers, mede omdat elders meer betaald werd, en degradeerde SVE in een paar jaar van de eredivisie naar de 1e klasse van de afdeling Utrecht. Cees Mackaay, Piet Vernooij en Marius Douze waren de “coryfeeen” uit die tijd, die al snel te maken kregen met de aanstormende jeud: Evert Mulder, Jan Bruins en later Wouter Blosksma en Jan Timmer die overkwamen van UTTC. Er werd weer snel met meerdere teams landelijk gespeeld, maar niet meer op hoog niveau.

Het geld, dat nog steeds uitgebreid binnenkwam via de toto-inkomsten, werd niet meer aan de topspelers besteed, maar opgepot. En uitgegeven bij bijvoorbeeld de Clubkampioenschappen waarbij de hele vereniging uitgenodigd werd om in een restaurant te komen eten en drinken.

Tafeltennis werd in die tijd vooral in gymnastieklokalen van scholen gespeeld. SVE gebruikte diverse zalen verspreid over de stad: Johannescentrum in Overvecht, gymzaal Kruisdwarsstraat, gymzaal Beethovenplein in Oog in Al en later gymzaal Winterboeidreef. Dat was geen ideale situatie. Binnen het bestuur ontstond in die tijd het idee om een eigen zaal te bouwen; er was tenslotte geld genoeg. De gemeente wilde echter niet meewerken; er ontstonden plannen om uit te wijken naar Groenekan (gemeente Maartensdijk), maar ook daar beslisten de ambtenaren al snel dat ook daar geen tafeltenniszaal gebouwd ging worden.

Marius Douze, al jaren lid van SVE, had in die tijd (begin jaren tachtig) een aannemersbedrijf aan de Vecht vlakbij de Rode Brug (Vinkenkade). Hij stelde voor om de zolder van zijn bedrijf te verbouwen tot een tafeltenniszaal. De vergunning kwam rond en zo kwam de eerste eigen zaal van SVE tot stand. Er was plaats voor 6 tafels en een afzonderlijke kantine met een hoefijzervormige bar.

De eigen zaal zorgde voor een flinke impuls. De prestaties trokken aan. Op een gegeven moment was SVE met 11 landelijke teams de vereniging met het meeste teams op nationaal niveau van Nederland. Het eerste herenteam promoveerde naar de eerste divisie en het ledental steeg naar ruim 150. Dus de eigen zaal met 6 tafels werd te klein.

Mike van Herk en Ben Fischer namen het initiatief om een eigen accommodatie te gaan bouwen. SVE kreeg een stuk grond toegewezen op Sportpark Loevenhoutsedijk. Er was geld, maar niet overmatig. Er moest dus wat geleend worden en zelfwerkzaamheid was noodzakelijk. De plannen waren niet bescheiden: ruimte voor 13 tafels, een grote kantine en een ingewikkelde constructie met ook nog een ruimte op de eerste verdieping. Leden werden gemobiliseerd en een bovenmenselijke prestatie geleverd: het huidige gebouw werd in ruim 1 jaar neergezet vrijwel zonder hulp van aannemers en dus vrijwel alleen door zelfwerkzaamheid van eigen leden.
De opening in september 1994 was een groot feest. De zaal behoorde tot de beste van Nederland en al snel trainde de nationale selecties ( het was de tijd van Danny Heister en Trinko Keen) bij SVE. Daarnaast vonden een aantal interlands plaats.
Het eerste herenteam zorgde voor een bijzondere prestatie door de halve finales van de NTTB beker te bereiken met daaraan gekoppeld het recht om Europa Cup te gaan spelen. Er werd een thuiswedstrijd geloot tegen een club uit Oekraïne. John Scott, Paul Cornelissen en Bert Bogaard konden redelijk meekomen, maar werden met 4-1 uitgeschakeld.
De grote promotor in deze periode was Mike van Herk. Het was een grote aderlating voor de vereniging toen hij in 1995, veel te jong, overleed. Het betekende een teruggang in de activiteiten van SVE binnen de Nederlandse tafeltenniswereld.
De vereniging zelf bleef echter met diverse ups en downs redelijk goed functioneren, mede dankzij de voor die tijd uitstekende accommodatie.

 

Vele vrijwilligers zetten zich in voor SVE. De volgende personen hebben heel veel betekend voor de vereniging en zijn in het verleden benoemd tot Erelid of Lid van Verdienste:

Erelid

  • Ben van Alphen
  • Ad de Ruijter
  • Ben Fisher
  • Herman Brinkhof
  • Jan van Rijswijk
  • Jan Bruins

Lid van Verdienste

  • Ad Beuk
  • Kees Onink
  • Jan van de Munnik
  • Robbert Bod

 

Jasper GraaffGeschiedenis